zondag 8 april 2012

Schrijven

In mijn hoofd wonen is fijn. Het maakt mooie verhalen, vormt vormen tot beelden. Het lijkt vloeiend, maar hortend en stotend wordt het toch weer één verhaal. Mijn hoofd wil veel vertellen, maar mijn mond te weinig. Terwijl mijn mond juist te veel praat. Mensen lijken het aangenaam te vinden, maar ik niet. Ik wil niet zoveel onzin praten, maar juist rakende woorden uitspugen. Mijn hoofd en mond hebben altijd ruzie. Mijn hoofd zegt de waarheid, mijn mond zegt het met sierlijke letters. Ook al zijn het hanepoten. Als ik het schrijf dan komen de woorden rechtstreeks uit mijn hart. En dus hoofd. Want die formuleert ze tot complete verhalen.

En daarom schrijf ik het nu in plaats van dat ik het hardop zeg.

vrijdag 6 april 2012

Verbondenheid

Een vrouw met afasie.

Ze is dementerend, kan niet echt communiceren. Legt zelden écht contact. Ik gaf haar koffie, en bleef nog even bij haar zitten nadat het op was. Ik luisterde naar de woordenstroom, wat voor het oor van ons een letterwaterval is. Ik had mijn hand op het 'dienblad' van haar rolstoel, mijn vingers gespreid. Toen kwam er langzaam een kleine, oude, rimpelige hand omhoog. Ze spreidde ook haar vingers en verstrengelde ze in de mijne. Ze keek me aan. Haar blik. We hadden écht contact. Een jonge hand, verstrengeld met een oude, getekend door het leven. Ik heb zelden zo'n intens contact gehad met iemand als met deze vrouw. We waren echt verbonden. Jong en oud, maar beiden met een verleden.

Samen waren we heel even leeftijdsloos.